vangst

Vertalingen

vangst

Beute, Fangcatch, preyproie, prise, pêche, capturefangstจับ (vɑŋst)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -en
1. de keer dat je vangt (1) een goede vangst doen
2. wat je hebt gevangen de visvangst