vangen

Vertalingen

vangen

fangen, erbeuten, ergreifen, ertappen, erwischen, fassen, einnehmencatch, capture, grapple, seizeattraper, capturer, saisir, prendre, toucher [argent], pêcheratrapar, agarrar, capturar, pillarottaa kiinni, pyydystää, saada kiinni, siepata, vangitasergap, tangkap捕まえる, 捕まる, ・・・を捕る, つかまえる, 捕える잡다, ...을 잡다, 붙잡다fångaيَأْسِرُ, يـُمْسِكُ بِchytit, zajmoutfange, gribeαιχμαλωτίζω, πιάνωuhvatitiafferrare, catturare, prenderefå tak i, fangełapać, schwytać, złapaćapanhar, capturar, pegarзахватить, ловить, пойматьจับ, จับได้ ฉวยจับ, จับกุมyakalamakbắt, bắt giữ, chộp lấy俘获, 抓住 (vɑŋə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ving , voltooid deelwoord heeft gevangen
1. zo pakken dat je het niet meer loslaat vlooien vangen dieven vangen
geld krijgen
2. uit de lucht grijpen een bal vangen