vanaf

Vertalingen

vanaf

seit, vonfrom, since, eversince, henceforth, offdepuis, à partir de, dès, deda, dalla, via daبعيدzafαπόde, fuerairtis・・・を離れて...에서 떨어져bort frapozafora de, DEотbortออกจากkapalıkhỏi离开от (vɑnˈɑf)
voorzetsel
1. <om een beginpunt in de ruimte aan te geven> Vanaf de brug maakt de weg een flauwe bocht naar rechts.
2. <om een beginpunt in de tijd aan te geven> Vanaf morgen ga ik een dieet volgen.