| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 3.898.682.989 Bezoekers. |
van |
0,01 sec. |
|
|
van vz van [vɑn]
1 om aan te geven waar iemand of iets vandaan komt van Amsterdam Ik hoorde het van mijn collega. 2 om aan te geven wie iets bezit of waar het bij hoort de jas van mijn zus de moeder van mijn buurvrouw 3 om het materiaal aan te geven waarmee iets is gemaakt een tafel van hout 4 om een eigenschap aan te geven een jongen van ongeveer twaalf jaar oud een kamer van vijftien vierkante meter het beroep van schrijver het verhaal van de schepping het verhaal over de schepping van de zomer deze zomer rillen van de kou rillen omdat je het koud hebt Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken |
|---|