vals

Thesaurus

vals:

valselijk
Vertalingen

vals

falsch, arg, arglistig, boshaft, erlogen, hämisch, heimtückisch, tückischfalse, malicious, mischievous, nasty, vicious, spuriousfaux, faux/fausse, mauvais, méchant, menteur, perfide, avec méchanceté, faussement, calomnieuxزَائِفnesprávnýfalskψευδήςfalsoväärälažanfalso偽りの그릇된falskfałszywyfalsoложныйfalskเท็จsahtesai假的 (ˈvɑls)
bijvoeglijk naamwoord
1. onbetrouwbaar en kwaadaardig een valse hond Vroeger vond ik haar een vals kreng, maar nu is ze mijn beste vriendin.
2. niet echt een vals paspoort Die handtekening is vals. iemand vals beschuldigen vals geld
3. muziek zuiver niet harmonisch, onzuiver zo vals als een kraai een valse noot