val

Vertalingen

val

Falle, Sturz, Falbel, Fallfall, trap, snare, drop, netchute, piège, abaissement, culbute, dégringolade, sauttrampa, driza, caídaqueda, armadilhaسُقُوط, مِصْيَدَةpád, pastfælde, faldπαγίδα, πτώσηansa, pudotusklopka, padcaduta, trappolaわな, 落下올가미, 추락fall, fellepułapka, spadekловушка, падениеfall, fällaกับดัก, การหล่นลงมาdüşüş, tuzakcái bẫy, sự rơi落下, 陷阱 (vɑl)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
1. keer dat je valt (1) een dodelijke val maken
zorgen dat het kabinet aftreedt
2. apparaat om dieren mee te vangen muizenval een val zetten