vaak

Vertalingen

vaak

oft, häufigoften, frequently, regularly, a lotsouvent, fréquemment, beaucoup, courammentspessoكَثِيراً مَاčastoofteσυχνάa menudouseinčestoしばしば자주ofteczęstofrequentementeчастоoftaบ่อยsıklıklathường xuyên经常честоלעתים קרובות (vak)
bijwoord
zelden vele keren Als het mooi weer is, ga ik vaak wandelen.