vijand

(doorverwezen van vijand)
Vertalingen

vijand

('vɛijɑnt) mannelijk meervoud -en

vijandin

enemy, adversary, foeennemi, ennemi/-ieFeindعَدُوّnepřítelfjendeεχθρόςenemigovihollinenneprijateljnemico원수fiendenieprzyjacielinimigoврагfiendeศัตรูdüşmankẻ thù敌人 (vɛijɑn'dɪn) vrouwelijk meervoud -nen
zelfstandig naamwoord
1. vriend persoon die je haatant
<dat zeg je van iets heel vervelends>
je ergste, grootste vijand
iedereen Vriend en vijand zijn het hierover eens.
2. partij of land waarmee je een zwaar conflict hebt of oorlog voert Een deel van het leger is overgelopen naar de vijand. heulen met de vijand
3. iets wat schadelijk is of een gevaar is voor iets anders Angst is de vijand van innovatie.