uitrekenen

Thesaurus

uitrekenen:

uitwerken
Vertalingen

uitrekenen

aufzählen, ausrechnen, berechnen, erachten, kalkulieren, rechnencalculate, count, figure, workoutcalculer, compter (ˈœytrekənə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd rekende uit , voltooid deelwoord heeft uitgerekend
het resultaat vaststellen door te rekenen Reken de som uit op een apart papier.