uitpersen

Vertalingen

uitpersen

squeezeoutpresser, pressurer, exprimer (ˈœytpɛrsə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd perste uit , voltooid deelwoord heeft uitgeperst
1. sap ergens uit drukken een sinaasappel uitpersen
2. zo veel mogelijk voordeel uit iemand halen ten koste van die persoon De landarbeiders werden uitgeperst.