| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 3.898.783.276 Bezoekers. |
uitmaken |
0,01 sec. |
|
|
uitmaken ww uitmaken (maakte uit enk ovt; heeft uitgemaakt volt deelw) [ˈœytmakə(n)]
2 doven het vuur uitmaken 3 vaststellen;= bepalen;= beslissen Ik maak zelf wel uit of ik dat doe of niet. het uitmaken de relatie (2) met iemand verbreken de dienst uitmaken de baas zijn Dat maakt niets uit. dat is niet belangrijk deel uitmaken van een onderdeel zijn van Vertalingen uitmaken abschaffen, auslöschen, beenden, beendigen, beschließen, beseitigen, dämpfen, enden, endigen, entfernen, entscheiden, erledigen, fortschaffen, sich entschließen, wegbringen uitmaken accomodate, accountfor, constitute, decide, doawaywith, end, extinguish, finish, getridof, makeup, putout, remove, terminate, comprise uitmaken extinguir uitmaken جزء uitmaken 部分 uitmaken osa uitmaken част uitmaken חלק uitmaken 部分 uitmaken část uitmaken del uitmaken del Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken |
|---|