| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.758.512.094 Bezoekers. |
|
uitkleden |
0,02 sec. |
|
uitkleden ww uitkleden (kleedde uit enk ovt; heeft uitgekleed volt deelw) [ˈœytkledə(n)]
1 kleren uitdoen; aankleden de kinderen uitkleden je snel uitkleden 2 te veel laten betalen Dat zijn oplichters; ze kleden je helemaal uit. de pensioenvoorzieningen uitkleden de pensioenvoorzieningen tot een minimum beperken Vertalingen uitkleden entkleiden, ausziehen uitkleden déshabiller, dépouiller, se déshabiller uitkleden يٌجَرِد, يَنزَع الضمادة uitkleden svléci (se), svléct (se) uitkleden klæde sig af, tage tøjet af uitkleden απογυμνώνω, γδύνω uitkleden desnudarse, desvestir, quitarse la ropa uitkleden riisua, riisuutua uitkleden svlačiti se, svući uitkleden spogliare, spogliarsi uitkleden はぐ, 服を脱ぐ uitkleden 벗기다, 옷을 벗다 uitkleden rozebrać, rozebrać się uitkleden despir-se uitkleden раздевать uitkleden klä av sig, strippa uitkleden แก้ผ้า, ถอดเสื้อผ้า uitkleden soyunmak uitkleden cởi quần áo, thoát y Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|