uitje

Thesaurus
Vertalingen

uitje

little, outingcepetoنُزْهَةٌvýletudflugtAusflugεκδρομήsalidaretkisortieizlazakescursione遠足소풍utfluktkrótka wycieczkapasseioпрогулкаutflyktการเดินทางท่องเที่ยวระยะสั้นdışarı çıkmakcuộc đi chơi外出 (ˈœycə)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
een kort reisje van niet meer dan een dag of dagdeel Een bezoek aan het openluchtmuseum is een leuk uitje voor de hele familie.