| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.782.910.567 Bezoekers. |
|
uitbreken |
0,01 sec. |
|
uitbreken ww uitbreken (brak uit enk ovt) [ˈœydbrekə(n)]
1 (heeft uitgebroken volt deelw) een ruimte groter maken door een muur weg te halen We hebben de keuken uitgebroken. 2 (is uitgebroken volt deelw) uit de gevangenis ontsnappen De gevangenen zijn tijdens het transport uitgebroken. 3 (is uitgebroken volt deelw) plotseling en heftig beginnen Na de moord brak er een opstand uit. Vertalingen uitbreken se déclarer, éclater Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|