uit

Vertalingen

uit

(œyt)
bijwoord
1. aan niet in werking, afgelopen Doe jij de radio uit? Het vuur is uit.
ik heb het boek helemaal gelezen
<commentaar waarmee je aangeeft dat je een onderwerp als afgesloten beschouwd>
2. aan van je lichaam af Heb jij je jas al uit?
3. in niet meer in de mode Die muziek was een jaar geleden erg populair maar is nu helemaal uit.
4. in in een richting naar buiten voor je uit staren
in een restaurant gaan eten
de bal over de lijn slaan
5. <in allerlei uitdrukkingen>
niet meer weten hoe iets was of moest
ik weet de oplossing
heel erg verbaasd zijn

uit

aus, anläßlich, aus ... heraus, halber, um ... willen, wegen, aussehen, draußen, hinausfrom, becauseof, for, forsakeof, onaccountof, outof, owingto, through, down, outde, hors de, éteint, par, à cause de, fini, out, sorti, entre, dehors, sortirخارِجَ, خَارِجاً, مِطْفَأُ, مِنْven, venku, z, zhasnutýslukket, ud, ud afαπό, έξω, σβηστόςapagado, de, desconectado, fuera, salir-lta, -sta, -stä, -ltä, ulko-, ulkona, ulosiz, izvan, ugašen, vanida, esteriore, fuori・・・から, 外に, 外の~으로부터, 꺼진, 밖으로, 외출중인fra, ut, ytrena zewnątrz, z, zewnętrznyde, desligado, do, foraзавершившийся, из, снаружиfrån, ut, uteข้างนอก, ดับ, ออกจากdan, dış, dışarıda, dışarıyabên ngoài, ở ngoài, tắt, từ从…, 在…之外, 在外, 外面的 (œyt)
voorzetsel
1. afkomstig van wijn uit Frankrijk frites met mayonaise uit een puntzak
2. in naar buiten Ga de kamer uit! schone lakens uit de kast halen
3. op grond van handelen uit principe iets uit liefde doen
4. <in verschillende uitdrukkingen>
een eindje gaan wandelen
door drie delen gevormd zijn