| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.768.815.423 Bezoekers. |
|
uit |
0,04 sec. |
|
uit1 bw uit [œyt] 1 niet in werking, afgelopen; aan Doe jij de radio uit? Het vuur is uit. 2 van je lichaam af; aan Heb jij je jas al uit? 3 niet meer in de mode; in Die muziek was een jaar geleden erg populair maar is nu helemaal uit. 4 in een richting naar buiten; in voor je uit staren 5 in allerlei uitdrukkingen Ik heb het boek uit. ik heb het boek helemaal gelezen Punt uit! commentaar waarmee je aangeeft dat je een onderwerp als afgesloten beschouwd uit eten gaan in een restaurant gaan eten de bal uit slaan de bal over de lijn slaan er helemaal uit zijn niet meer weten hoe iets was of moest Ik ben er uit! ik weet de oplossing er niet over uit kunnen heel erg verbaasd zijn uit2 vz uit [œyt]
1 afkomstig van wijn uit Frankrijk frites met mayonaise uit een puntzak 2 naar buiten; in Ga de kamer uit! schone lakens uit de kast halen 3 op grond van handelen uit principe iets uit liefde doen 4 in verschillende uitdrukkingen uit wandelen gaan een eindje gaan wandelen uit drie delen bestaan door drie delen gevormd zijn Vertalingen uit anläßlich, aus, aus ... heraus, halber, um ... willen, wegen, draußen, hinaus uit odhalený, venku uit slukket, ud uit έξω, εξωτερικός uit fuera uit ulko-, ulkona uit vani, vanjski uit 外に, 外の uit 밖으로, 밖의 uit na zewnątrz, zewnętrzny uit ute uit ข้างนอก, ภายนอก uit ở ngoài Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|