typeren

Vertalingen

typeren

charakterisieren, kennzeichnencharacterizecaractériser, être caractéristique de (tiˈperə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd typeerde , voltooid deelwoord heeft getypeerd
de kenmerken van iets of iemand noemen waaraan je het, hem of haar herkent Zo'n opmerking typeert haar. Zó kun je het werk van Bach het beste typeren.