tuig

Vertalingen

tuig

Gesindel, Takelwerkharness, rabble, riff‐raffgréement, harnais, canaille (tœyx)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
1. systeem van riemen, koorden en touwen het tuig van een trekdier het tuig van een zeilschip
2. onbeschofte mensen
heel slecht volk