trein

Vertalingen

trein

Zug, Bahnzug, Eisenbahnzugtraintrain, rameτρένοtrenпоездtrenoقِطَارvlaktogjunavlak列車열차togpociągcomboio, tremtågรถไฟtrentàu hỏa火车火車влак (trɛin)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
vervoermiddel dat over rails rijdt en mensen of goederen van het ene station naar het andere vervoert de laatste trein nemen met de trein van 20.30 uur naar Rotterdam gaan de trein missen
op tijd op de trein stappen
een trein die je naar je bestemming brengt zonder dat je hoeft over te stappen
mee gaan doen met iets dat al bezig is
vlot en voorspoedig verlopen