trap


Zoekopdrachten gerelateerd aan trap: ladder
Thesaurus

trap:

trapje
Vertalingen

trap

Stufe, Treppe, Fußtritt, Grad, Staffel, Stiege, Trappestaircase, degree, grade, stairs, kick, bustard, stepescalier, degré, marche, grade, coup de pied, coup de pédale, étage, coup, outardepouotidotúzokeinisdrop, klatka schodowa, schody, stopieńдрофа, лестница, ступеньtrapp, trappa, trappor, trappsteg鸨, 台阶, 楼梯grado, licensa, scala, scale, scalinoدَرَج, دَرَجَة, سَلالِمschod, schodiště, schodytrappeopgang, trapper, trinκλιμακοστάσιο, σκαλιά, σκαλοπάτιescalera, escaleras, escalón, trampaporras, portaat, portaikkostepenica, stepenice, stubište段, 階段계단, 한 계단trappdegrau, escada, escadaria, escadas, armadilhaบันได, บันไดทอดหนึ่งbasamak, merdiven, merdivenlerbước, cầu thangкапан (trɑp)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -pen
1. schuine constructie bestaande uit een aantal treden waarlangs je van beneden naar boven en andersom kunt lopen keukentrapje
naar boven lopen
naar beneden lopen
is je haar geknipt?
2. harde tik met de voet iemand een trap geven/verkopen
(bij voetbal) een schot tegen de bal zonder dat de tegenpartij je daarbij mag hinderen
iemand na een vervelende gebeurtenis nog eens extra kwetsen
3. fase in een bepaalde ontwikkeling
een hoge maatschappelijke positie bereiken
de verschillende gradaties van een bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld 'mooi', 'mooier' en 'mooist'