transport

Thesaurus

transport:

vrachtvervoervervoer, wegtransport,
Vertalingen

transport

Transporttransport, transliteration, transportationtransport, transfert, convoitransporteنَقْلdopravatransportμεταφοράtransporteliikenneprijevoztrasporto輸送운송transporttransportтранспортtransportการขนส่งtaşımaphương tiện giao thông交通транспортתחבורה (trɑnsˈpɔrt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
1. transport vervoer het transport van de goederen via de weg
2. administratie een bedrag van de ene kolom of bladzijde overbrengen naar de andere Transport: 241 euro