traag

Vertalingen

traag

flau, träge, langsaminert, slow, sullenlent, inerte, indolent, lent (à), lentement, lourd, mollement, paresseux, endormi, oisifαργόςlentopomalýlentohidaslangsomlentoبطيء (trax)
bijvoeglijk naamwoord
snelvlug langzaam met trage stappen