toren

Thesaurus

toren:

torentje
Vertalingen

toren

Turm, Zwingertower, castle, rooktour, clocher, kiosquetorreбашня, ладьяبُرْجvěžtårnπύργοςtornitoranjtorretårnwieżatorretornตึกสูงkulethápКулаמגדל (ˈtorə(n))
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. hoog en smal bouwwerk kerktoren de toren van Babel
verwaand zijn en veel eisen
zich boven iedereen verheven voelen en daardoor het contact met de dagelijkse werkelijkheid verliezen
2. schaakstuk in de vorm van een toren (1) een toren slaan