topje

Vertalingen

topje

First, Gipfel, Kulm, Spitze, Stift, Wipfel, Zacke, Zinke, Zipfelpeak, point, summit, surface, tip, tophaut, bout, cime, faîte, pointe, comble, sommet, summon, bustier (ˈtɔpjə)
zelfstandig naamwoord onzijdig vorm meervoud -s
hemdje, vaak zonder schouderbandjes, dat vrouwen in de zomer dragen