tong

Thesaurus

tong:

tongschar
Vertalingen

tong

Zunge, Seezunge, Sprachetongue, solelangue, sole, languettelenguakeelkieliלשוןlingualidahlingua舌, べろ언어, 혀języklínguaязыкjezikdil, lisanزبانlưỡi, cái lưỡi, 舌頭, 舌头γλώσσαلِسَانjazyktungejeziktungetungaลิ้น (tɔŋ)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. orgaan in je mond dat beweegt en waarmee je spreekt, eten en drinken proeft en doorslikt je tong uitsteken
men begint te praten
onaardige dingen zeggen
er wordt geroddeld dat
humoristisch <commentaar als iemand geen antwoord geeft>
2. ovaalronde platvis
kleine tong