toerist

Thesaurus

toerist:

vakantiegangervakantiereiziger,
Vertalingen

toerist

Touristtouristtouristeسَائِحturistaturistτουρίσταςturistaturistituristturista旅行者관광객turistturystaturistaтуристturistนักท่องเที่ยวturistkhách du lịch游客 (tuˈrɪst)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
iemand die voor zijn plezier reist Er waren deze zomer weer veel toeristen in Amsterdam.