toen

Thesaurus

toen:

waarna
Vertalingen

toen

(tun)
voegwoord
op het moment dat Ik ging net de deur uit toen hij arriveerde.

toen

als, dann, alsdann, damals, danach, hierauf, wann, wennthen, when, asalors, lorsque, quand, autrefois, comme, allorché, appena che, laddove, quando, alloraوَقْتَذَاكَtehdydaτότεentoncessilloinondaその時그 때에dawtedyentãoтогдаในขณะนั้นöyleyselúc đó那么 (tun)
bijwoord
1. op dat tijdstip Toen had je nog geen mobiele telefoon.
2. daarna Eerst hebben we een borrel gedronken, toen zijn we gaan eten en toen zijn we naar de film gegaan