| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.724.407.049 Bezoekers. |
|
toen |
0,04 sec. |
|
toen1 vw toen [tun] op het moment dat Ik ging net de deur uit toen hij arriveerde. toen2 bw toen [tun]
1 op dat tijdstip;= destijds;= indertijd Toen had je nog geen mobiele telefoon. 2 daarna Eerst hebben we een borrel gedronken, toen zijn we gaan eten en toen zijn we naar de film gegaan Thesaurus toen: waarna Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|