toe

Vertalingen

toe

(tu)
bijwoord
1. (in combinatie met 'naar') in de genoemde richting naar huis toe
2. erbij
ik doe het niet, zelfs niet als ze me er (extra) voor zouden betalen
pudding eten als nagerecht
3. tot aan het einde
behoefte hebben aan Ik ben aan een kop koffie toe.

toe

geschlossen, zuclosed, shutparaaàparaإلىtiltillถึง (tu)
tussenwerpsel
< woordje waarmee je iemand aanspoort> Toe, schiet nou eens op. Ah mam, toe, asjeblieft, één koekje maar.