tochten

Vertalingen

tochten

тянуть (ˈtɔxtə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd tochtte , voltooid deelwoord heeft getocht
(van een luchtstroom) hinderlijk voelbaar zijn Het tocht hier.
er staat hier veel tocht (1)
humoristisch <opmerking die je maakt als iemand gaapt of als iemands gulp openstaat>