terugvallen

Vertalingen

terugvallen

lapse, declineretomber, se raccrocher (à)ripiegarefalde tilbage (təˈrʏxfɑlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd viel terug , voltooid deelwoord is teruggevallen
1. weer in de oude toestand terechtkomen terugvallen in je slechte gewoontes
2. het minder goed doen heel lang op kop rijden maar na dertig kilometer toch terugvallen