tergen

(doorverwezen van tergde)
Vertalingen

tergen

aggravate, defy, incite, provokeprovoquer, agacer, irriter, tourmenter (ˈtɛrgə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd tergde , voltooid deelwoord heeft getergd
iemand zó gemeen plagen dat hij of zij boos wordt