telkens

Vertalingen

telkens

allemal, jedesmal, ständigeachtime, everytime, repeatedlychaque instant, à, parKaždýแต่ละhverвсекиkażdycadavarjeκάθεкаждый每个cada每個كلogniכל (ˈtɛlkəns)
bijwoord
iedere keer weer telkens vergeten de dop op de tube te doen