| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 3.898.482.512 Bezoekers. |
tekort |
0,01 sec. |
|
|
tekort zn onz tekort (-en mv) [təˈkɔrt] hoeveelheid die ontbreekt; teveel
een tekort op de begroting Bij bloedarmoede heb je vaak een tekort aan ijzer. een nijpend/schreeuwend tekort aan financiële middelen veel te weinig geld Vertalingen tekort absence, deficit, lack, shortage, shortcoming, deficiency, want, shortfall tekort défaut, insuffisance, manque, privation, vice, déficit, manque (de), pénurie (de), manque à gagner, pénurie tekort عجز, عجز فى الميزانية, قلة tekort deficit, manko, nedostatek tekort deficit, mangel, underskud tekort ανεπάρκεια, έλλειμα, έλλειμμα tekort deficiencia, déficit, escasez tekort pula, vaje tekort gubitak, manjak, nestašica tekort 不足, 不足すること, 欠損 tekort 부족 tekort mangel, svikt, underskudd tekort дефицит, недостаток tekort brist, underskott tekort การขาดแคลน, จำนวนที่ขาดไป, ปริมาณที่ขาด tekort lượng thiếu, sự thâm hụt, sự thiếu tekort 赤字 tekort дефицит Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken |
|---|