teken

Vertalingen

teken

Zeichen, Abzeichen, Anzeichen, Ausweis, Beleg, Beweis, Kennzeichen, Merkzeichen, Signal, Symptom, Vorzeichen, Wink, Markeirungsign, indication, mark, omen, presage, symptom, token, character, portent, precursor, proof, signalsigne, preuve, signal, témoignage, préjugé, appel, marque, gage, faire un signe, traceaffisso, firmare, scudo, simbolo, segnoإشارَة, بُقْعَة, عَلَامَةznak, znamení, známkategnσήμα, σημάδι, σινιάλοmarca, señalmerkintä, merkkisignalizirati, znak兆候, 印, 合図표시markering, tegnznakmarca, sinalзнак, отметкаmärke, teckenเครื่องหมาย, ให้สัญญาณ, ป้ายişaret, yapmakdấu, dấu hiệu信号, 标志, 记号знак (ˈtekə(n))
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
1. iets dat iets anders aanduidt Het is een goed teken dat ze weer eet.
2. figuur die of beeld dat iets betekent ASCII-tekens letterteken uitroepteken herhalingsteken
3. de bijeenkomst wordt gehouden omdat de vereniging vijf jaar bestaat