tehuis

Vertalingen

tehuis

Haus, Heimhomefoyer, domicile, maisoncasaдомHjemKotiHemบ้าน (təˈhœys)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -huizen
instelling waar mensen of dieren wonen die verzorging nodig hebben een tehuis voor daklozen een tehuis voor oude paarden
een instelling voor kinderen die niet bij hun ouders kunnen wonen