tegenwoordig

Vertalingen

tegenwoordig

(texə(n)ˈwordəx)
bijvoeglijk naamwoord
1. in deze tijd de jeugd van tegenwoordig de tegenwoordige tijd
2. afwezig aanwezig zijn op de bedoelde plek of bij de genoemde gebeurtenis De notaris was bij de overdracht tegenwoordig.

tegenwoordig

aktuell, anwesend, gegenwärtig, heutig, jetzig, jetzt, nun, heutzutagenowadays, present, topical, atpresent, current, currently, now, present‐day, thesedays, up‐to‐dateactuel, actuellement, présent, maintenant, à présent, de nos joursahora, hoy, hoy en díamettere avanti, presente, presenza, oggigiornoفِي هَذِهِ الْأَيَامِdnesnu om dageτη σημερινή εποχήnykyäänovih danaこのごろは요즈음nå for tidenobecnieatualmente, hojeв наши дниnuförtidenปัจจุบันนี้bugünlerdengày nay现今היוםДнес (texə(n)ˈwordəx)
bijwoord
voorheen nu Tegenwoordig zijn computers veel kleiner en sneller.