tap

Thesaurus

tap:

tapkast
Vertalingen

tap

Hahn, Drehpunkt, Kran, Pfropfen, Spund, Stöpsel, Zapfenfaucet, electricplug, pivot, plug, stopper, tapbouchon, pivot, robinet, prise de courant mâle (tɑp)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -pen
1. lage kast met een pompinstallatie met kranen waaruit bier of frisdrank uit wordt geschonken
in een café het bier inschenken uit een tap (2)
2. apparaat waarmee je bier uit een vat pompt en via een kraan inschenkt Ik heb liever een flesje dan een biertje uit de tap.