tam

Vertalingen

tam

zahm, folgsam, fügsam, gefügig, gehorsamtame, obedientapprivoisé, obéissant, domestique, docile, cultivé, doux/douce, sans vigueurمُرَوَّضochočenýtamεξημερωμένοςmanso, TAMkesypitomdomestico飼いならされた길들여진tamoswojonyobediente, TAMприрученныйtamเชื่องevcilthuần驯服的טאם (tɑm)
bijvoeglijk naamwoord
1. wild (van dieren) niet wild een tamme rat
2. saai en niet fel een tam debat