tafel

Vertalingen

tafel

Tisch, Tabelle, Verzeichnistable, tablet, index, tabulationtable, liste, tableauτραπέζιmesatavolo, tavolabordстолمِنْضَدَةstůlbordpöytästolテーブル테이블stółmesabordโต๊ะmasabàn桌子 (ˈtafəl)
zelfstandig naamwoord meervoud -s
1. meubelstuk met een horizontaal, vlak blad op één of meer poten om dingen op te zetten of om aan te zitten, bijvoorbeeld tijdens het eten
borden, servies, glaswerk e.d. voor het eten op tafel zetten
alles wat op tafel staat opruimen
We zijn net begonnen te eten.
kom, we gaan eten
overleg plegen
een voorstel volledig afwijzen
een voorstel ter sprake brengen
openlijk zeggen wat je bedoelingen zijn
meer alcohol kunnen verdagen dan iemand anders
voorlopige echtscheiding, waarbij de partners niet meer hoeven samen te wonen
2. opsomming van het product van een bepaald getal als dat wordt vermenigvuldigd met de getallen één tot en met tien De tafel van twee: 1 x 2 = 2; 2 x 2 = 4; 3 x 2 = 6 enz. Op de basisschool leer je de tafels van één tot en met twaalf.