| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.759.027.499 Bezoekers. |
|
tafel |
0,01 sec. |
|
tafel zn tafel (-s mv) [ˈtafəl]
1 meubelstuk met een horizontaal, vlak blad op één of meer poten om dingen op te zetten of om aan te zitten, bijvoorbeeld tijdens het eten 2 opsomming van het product van een bepaald getal als dat wordt vermenigvuldigd met de getallen één tot en met tien De tafel van twee: 1 x 2 = 2; 2 x 2 = 4; 3 x 2 = 6 enz. Op de basisschool leer je de tafels van één tot en met twaalf. de tafel dekken borden, servies, glaswerk e.d. voor het eten op tafel zetten de tafel afruimen alles wat op tafel staat opruimen We zitten net aan tafel. We zijn net begonnen te eten. Aan tafel! kom, we gaan eten om de tafel zitten overleg plegen een voorstel van tafel vegen een voorstel volledig afwijzen een voorstel ter tafel brengen een voorstel ter sprake brengen je kaarten op tafel leggen openlijk zeggen wat je bedoelingen zijn iemand onder de tafel drinken meer alcohol kunnen verdagen dan iemand anders scheiding van tafel en bed voorlopige echtscheiding, waarbij de partners niet meer hoeven samen te wonen Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|