sussen

(doorverwezen van suste)
Vertalingen

sussen

besänftigen, dämpfen, züchtigenapaiser, pacifier, calmer, endormir (ˈsʏsə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd suste , voltooid deelwoord heeft gesust
met kalmerende woorden rustig maken een kind in slaap sussen de ruzie sussen
voor jezelf goedpraten wat je verkeerd hebt gedaan