suiker

Vertalingen

suiker

Zuckersugarsucreζάχαρηazúcaraçúcarсахарzuccheroسُكَّرcukrsukkersokerišećer砂糖설탕sukkercukiersockerน้ำตาลşekerđườngзахарסוכר (ˈsœykər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. zoete stof gemaakt van suikerbiet of suikerriet koffie met melk en suiker bruine suiker
2. <verkorting van 'suikerziekte'>
hij lijdt aan suikerziekte