stuiten


Zoekopdrachten gerelateerd aan stuiten: stuiten op
Thesaurus

stuiten:

stuitjesterugkaatsen,
Vertalingen

stuiten

abprallen, anhalten, bremsen, sperrenhalt, rebound, stop, arrestrebondirencuentroincontroencontroσυνάντηση遇到遇到המפגשmöterพบ (ˈstœytə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stuitte , voltooid deelwoord heeft, is gestuit
tegen iets aan komen en terugkaatsen Bij het biljarten stuiten de ballen steeds tegen elkaar.
niet tegengehouden kunnen worden De opmars van die technologie is niet meer te stuiten.