| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.770.122.523 Bezoekers. |
|
struikelen |
0,02 sec. |
|
struikelen ww struikelen (struikelde enk ovt; is gestruikeld volt deelw) [ˈstrœykələ(n)]
1 bijna vallen of vallen doordat je voet ergens achter blijft steken Ik ben gestruikeld over een scheve stoeptegel. 2 gehinderd worden of moeten stoppen door (een oorzaak) Grote infrastructuurprojecten struikelen over het recht van inspraak van de burgers. 3 heel veel (van iets) tegenkomen Op koopzondagen struikel je over de mensen. Vertalingen struikelen stolpern, straucheln struikelen achopper, trébucher, faire un faux pas, marcher (sur), sur), trébucher (contre struikelen incespicare, inciampare struikelen يَِتَعثر, يَقُوم برحلة struikelen zakopnout struikelen snuble struikelen παραπατώ, σκουντουφλώ struikelen tropezar struikelen kompastua struikelen spotaknuti, spotaknuti se struikelen つまずく struikelen 걸려 넘어지게 하다, 걸려 넘어질 뻔하다 struikelen potknąć się struikelen tropeçar struikelen путешествовать, спотыкаться struikelen snubbla struikelen สะดุด struikelen ayağı takılmak, tökezlemek struikelen vấp Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|