strot

Vertalingen

strot

Gurgel, Kehlethroatgorge, tube, sifflethalsคอgargantaالحلقgola喉嚨горлоgarganta목구멍喉咙 (strɔt)
zelfstandig naamwoord meervoud -ten
keel iemand bij de strot grijpen
niet willen opeten
niet willen of kunnen zeggen
(iets) helemaal niet meer willen omdat je er schoon genoeg van hebt Dat werk komt me de strot uit.