strak

Thesaurus

strak:

strakgespannen
Vertalingen

strak

angestrengt, gespannt, straffstrained, tightly, tense, tightraide, fixe, fixement, serré, ajusté, avec raideur, ferme, fermement, impassible, impassiblementضَيِّق, مُحْكَمpevný, těsnýstramσφιχτόςajustado, apretadokireä, tiukkačvrst, zategnutstrettoきつい, ぴんと張った꼭 끼는, 꽉 조여 있는knytte, stramciasny, wąskiapertadoнатянутый, тугойfast, tajtแน่น ตึง, คับแน่นsıkıchật, chặt紧的 (strɑk)
bijvoeglijk naamwoord
1. zonder plooien, rimpels of bochten De vlaggen staan strak. een strakke huid strak schilderwerk
2. zonder versieringen een strak ingericht interieur een strak design
3. nauw aansluitend een strakke rok
4. zonder de ogen te bewegen iemand strak aankijken