| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.758.953.799 Bezoekers. |
|
stop |
0,02 sec. |
|
stop1 zn m stop (-pen, -s mv) [stɔp] 1 dopje om iets af te sluiten de stop in de douchebak een stop op een fles 2 voorwerp in je meterkast dat de stroom onderbreekt als dat nodig is;= zekering We zitten zonder licht: de stoppen zijn doorgeslagen. 3 plaats waar een gat gestopt (4) is twee stoppen in je sok hebben 4 korte onderbreking;= pauze We reden de hele dag door en hadden maar twee stops. 5 besluit om iets stil te zetten een tijdelijke stop instellen op de bouw van nieuwe bedrijfsterreinen personeelsstop stop2 tw stop [stɔp]
je zegt dit als iemand stil moet gaan staan of moet ophouden met iets;= halt Toen de politieauto het licht met 'stop' liet schijnen, ben ik naar de kant gereden. Thesaurus stop: zekering Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|