instaan voor

(doorverwezen van stond in voor)
Vertalingen

instaan voor

(ˈɪnstan vor)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stond in voor , voltooid deelwoord heeft ingestaan voor
de verantwoordelijkheid nemen voor Ik sta ervoor in dat hij die klus goed zal uitvoeren. Wij kunnen niet instaan voor eventuele fouten.