stok

Vertalingen

stok

Stock, Stab, Stecken, Personalcane, stick, baton, staffbâton, canne, piquet, baguette, verge, perche, souchebastone, personaleعَصَاhůl, klacekpind, stavκλαρί, προσωπικόbastón, palo, personalhenkilökunta, keppištap棒, 棒切れ나뭇가지, 지팡이pinne, stabpałka, patykbastão, pauпалка, прутpersonal, pinneไม้เท้า, ไม้ค้ำ เสาค้ำ ไม้เท้าsopanhân viên, thanh, (stɔk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -ken
dun en rond stuk hout wandelstok met een stok lopen een stok met een scherpe punt
flauw vallen
(iets) tegenhouden
ruzie krijgen met (iemand)
iets dat je dwingt om iets te doen waar je geen zin in hebt