stoep

Thesaurus
Vertalingen

stoep

Bürgersteig, Bahnsteig, Freitreppe, Gehweg, Trottoirsidewalk, pavement, platform, railwayplatformtrottoir, perronbanqueta (stup)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. iets hoger stuk straat naast de weg dat bestemd is voor voetgangers De stoep is alweer opgebroken.
2. stenen trapje op straat bij een hoge huisdeur Postbezorgers hebben een hekel aan grachtenhuizen met stoepen.