| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.758.683.875 Bezoekers. |
|
stoel |
0,03 sec. |
|
stoel zn m stoel (-en mv) [stul] meubel met poten en een rugleuning waarop één persoon kan zitten
kinderstoel klapstoel tuinstoel leunstoel niet onder stoelen of banken steken openlijk en duidelijk (iets) laten merken Hij stak zijn ontevredenheid niet onder stoelen of banken. op iemands stoel gaan zitten de rol van iemand overnemen terwijl dat niet de bedoeling is Zij gaat steeds op de stoel van haar chef zitten en commandeert haar collega's. Vertalingen stoel Stuhl, Sitzgelegenheit stoel sedia, presidenza stoel židle stoel sæde, stol stoel istuin, tuoli stoel sjedalo, stolica stoel 座席, 椅子 stoel 의자 stoel stol stoel krzesło stoel säte, stol stoel เก้าอี้, เก้าอี้นั่ง stoel sandalye stoel cái ghế Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|