stoeien

(doorverwezen van stoeide)
Vertalingen

stoeien

herumtollen, mutwillig sein, tändeln, übermütig seinfrolicbatifoler, gambader, s'ébattre, fôlatrer, s'amuser, folâtrer (ˈstujə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stoeide , voltooid deelwoord heeft gestoeid
als spelletje een beetje vechten De kinderen stoeiden met elkaar.